woensdag 20 juli 2011

Opwarming in binnenstedelijk gebied te reduceren met Reflexstone bestrating in Openbare Ruimte

Nu de temperatuur weer oploopt, verandert de stad in no time in een snelkookpan. Tussen baksteen en asfalt kan het wel zeven graden warmer zijn dan erbuiten. Grote gemeenten en het rijk investeren daarom in projecten om het kwik in de steden omlaag te brengen. Ook de wetenschap helpt mee.

Volgens mij kunnen de Reflexstone producten hier goed uitkomst bieden.
Gebleken is dat de reflectie van de Reflexstone (net als in asfalt) bij kan dragen tot temperatuurverlaging of beter gezegd verhoging voorkomt.
Denk maar aan het witverven van kassen in de tuinbouw of het verschil tussen witte en zwarte kleding in de zomer.
Kortom, ook in dit geval kan de reflecterende eigenschap van deze stenen gebruikt worden voor het klimaat en duurzaamheid.



Het onderwerp 'hittestress', jawel, staat serieus op de politieke agenda. Hittegolven zijn tegenwoordig geen zeldzaamheid meer in de Hollandse zomers, en hitte maakt slachtoffers. Vooral in de steden, waar het extra benauwd is omdat asfaltwegen en flats de warmte gevangen houden. De Sociaal-Economische Raad brengt er samen met de Gezondheidsraad dit voorjaar een advies over uit. En allerlei steden lanceren projecten om de hittestress te verminderen.
Zo schilderde de Utrechtse Jaarbeurs het dak wit, gedeeltelijk op kosten van de provincie en de gemeente. Na de zomer kijken ze daar wat het temperatuureffect van het dak zal zijn. Arnhem en Den Haag investeerden in opdracht van VROM in proeftuinen, waar wordt bijgehouden hoeveel graden koeler het is dan in stedelijk gebied.






Rotterdam investeert 600.000 euro in onderzoek naar het klimaat in de binnenstad, geld dat voor driekwart afkomstig is van het rijk. Het wordt uitgevoerd door TNO, dat onder meer kijkt naar het koelend effect van water en de mate waarin bouwmateriaal de warmte vasthouden. Duidelijk is al dat bakstenen meer warmte vasthouden dan andere materialen. En, verrassend: water is helemaal niet zo verfrissend, maar juist ook een warmtebuffer.




Bron: Republic Nieuws en de Pers.

vrijdag 1 juli 2011

Nieuwe Richtlijn voor Openbare Verlichting ROVL2011 en Reflexstone




Staatssecretaris Atsma (Infrastructuur en Milieu) heeft op maandag 23 mei de nieuwe Richtlijn voor Openbare Verlichting 2011 (ROVL 2011) in ontvangst genomen. Hiermee zet Atsma het licht op groen voor duurzame en energiebesparende verlichting in de openbare ruimte. Gemeenten en provincies kunnen tot wel 30 procent van hun energieverbruik besparen met energie-efficiente straatverlichting. Dit kan leiden tot een kostenbesparing van bij elkaar opgeteld maar liefst 22 miljoen euro.
De verouderde Richtlijn (NPR 13201) werkte belemmerend voor gemeenten en provincies om te kiezen voor energie- en kostenbesparende technieken.




Dankzij de inzet van de Taskforce Verlichting en de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde (NSVV) kan de nieuwe Richtlijn Openbare Verlichting 2011 nu in werking treden. Staatssecretaris Atsma en wethouder Van Huffelen van de gemeente Rotterdam voegden direct de daad bij het woord en verwisselden aan het Doelwater in Rotterdam een oude lichtarmatuur voor nieuwe, gedimde en energiezuinige verlichting.

Terugdringen van de CO2-uitstoot
Met de nieuwe Richtlijn Openbare Verlichting kunnen gemeenten en provincies hun steentje bijdragen aan het terugdringen van de CO2-uitstoot. Zo is het Rotterdam Climate Initiative voor Rotterdam het vliegwiel om voluit in te zetten op duurzame verlichting in de openbare ruimte. “Energiebesparing is samen met de inzet van duurzame energie het belangrijkste wapen in de strijd tegen klimaatverandering en om minder afhankelijk te zijn van fossiele brandstoffen” aldus Atsma in een toelichting. “Daar komt bij dat gemeenten met duurzame verlichting kosten kunnen besparen. Geld dat beter besteed kan worden aan veiligheid op straat, de zorgsector of het onderhoud aan schoolgebouwen.”

Dynamisch hulpmiddel
De richtlijn is een dynamisch hulpmiddel voor beheerders van openbare verlichting bij het realiseren van de juiste kwaliteit van openbare verlichting op de juiste plek. Een aanpassing van de richtlijn was noodzakelijk omdat in de oude situatie weinig ruimte was voor innovatie en energiebesparing. Beheerders zochten daarom steeds vaker hun eigen weg en lieten de richtlijnen los. “Om beheerders weer de juiste handvatten te bieden en belemmeringen weg te nemen, hebben we de oude richtlijn aangepast”, aldus Rob Metz, voorzitter van de projectgroep OVL van de Taskforce Verlichting. “Vanzelfsprekend staat de kwaliteit van verlichting voorop, maar een richtlijn mag innovatie en energiebesparing niet in de weg staan”.



Con op den Kamp, voorzitter van de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde, voegt daaraan toe: “Het uitgangspunt van de nieuwe richtlijn is: ‘donker tenzij’ en ‘duurzaam moet’. Er is bovendien veel meer ruimte voor het variĆ«ren van de hoeveelheid licht. Afhankelijk van het gebruik, periode en kenmerken kunnen nu in een gebied tot vier verschillende lichtniveaus worden aangeboden. De energiebesparing die dat kan opleveren is significant.”

Door toepassing van de Reflexstone kan men tegemoetkomen aan sociale veiligheid (mate van gezichtsherkenning Ev) en verkeersveiligheid. Er wordt uitgegaan van verticale verlichtingssterkte omdat deze beter meetbaar is dan semi-cilindrische verlichtingssterkte.

O.a. Ingenieursbureau Tauw en Lightsurface Control kunnen berekenen wat de invloed is van Reflexstone en de besparing op OVL in specifieke omstandigheden en toepassingen.

http://www.duurzaamwijzerindegww.nl/uitvoering/uitvoering.html

http://www.lightsurfacecontrol.nl




De nieuwe richtlijn Openbare Verlichting is een uitgave van de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde (NSVV) en kan worden besteld via http://www.nsvv.nl

Piet Zijlstra 1 juli 2011